Wetenschappelijk Adviseur Van H&G: “Focus Op Gedrag”

Wetenschappelijk Adviseur Van H&G: “Focus Op Gedrag”

Psychologen hebben geen apparaten om directe metingen van de menselijke psychologie te verrichten. Handig en effectief zou dit wel zijn.  Denk aan hoe handig dit zou zijn voor bijvoorbeeld selectiedoeleinden: sensoren voor intelligentiemeting, detectie van persoonlijkheidseigenschappen en intellectuele capaciteiten. Wellicht reëel in de nabije toekomst, wellicht een utopie. Voorlopig opereren assessment psychologen en psychometristen (onderzoekers van methoden en technieken om de psyche te meten) in een situatie waarin meting van persoonseigenschappen, zoals intelligentie en persoonlijkheid, indirect geschiedt. 

Indirect meten

Intelligentie – en persoonlijkheidstesten meten intelligentie of persoonlijkheid niet direct. De psychometrische methode omvat het in kaart brengen van zogenaamde ‘reflecties’ van de onderliggende psychologie van een individu. Psychometristen en assessment psychologen bevinden zich daarmee in een situatie zoals omgeschreven door de Griekse filosoof Plato, in zijn grot allegorie (zie afbeelding). Plato stelde zich een grot voor waar gevangenen gedwongen zijn om een leven lang met de rug naar de gebeurtenissen te zitten. Alles wat zij meekrijgen van de werkelijkheid is wat zij zien in de vorm van schaduwen op de achterwand. Zoals voor de gevangenen de schaduwen reflecties van de dagelijkse werkelijkheid zijn, zo geldt dat ook voor scores op persoonlijkheids – en intelligentietesten voor psychometristen en assessors. 

Waar rook is, is vuur (?)

De omschreven situatie waarin de psychometrie zich bevindt lijkt slechts een principieel probleem, maar dat is het niet. Psychologen hebben nu eenmaal geen directe methode om persoonlijkheid of intelligentie te meten. Psychologische testen meten zoals in Plato’s grot allegorie de rook (gedrag) die afkomstig is van het kampvuur (onderliggende psychologische eigenschap). De logica is eenvoudig: waar rook is, is vuur. Is er veel rook dan is er meestal veel vuur en waar weinig rook is, is meestal weinig vuur. Elke vraag op een intelligentie- of persoonlijkheidstest is een meting van de rook die bepaald wordt door de onderliggende (niet direct meetbare) psychologie van een persoon. Omdat indirect gemeten wordt zijn er ook meerdere metingen nodig om een betrouwbaar beeld te krijgen; deze herhalingen zijn terug te zien in de individuele vragen op testen. De psychometrie heeft echter een logisch probleem: de werkwijze neemt aan dat waar vuur brand ook rook te zien zal zijn.  Maar dit betekent niet dat waar rook te zien is ook persé vuur te vinden is.

Ter illustratie:  Iemand die hulpgedrag vertoont is niet persé altruïstisch: er kan vanwege een andere onderliggende eigenschap vergelijkbaar gedrag vertoond worden. Zoals bijvoorbeeld de motivatie om altruistisch over te komen in het dagelijks leven.

Gedrag staat centraal

Kortom, de psychometrie geeft de assessmentpsycholoog de opdracht om zeker te zijn dat het gedrag (inclusief de antwoorden op testen) voorspellend is voor de toekomst. De vraag of we persoonlijkheid in duidelijke hokjes kunnen plaatsen is hierbij van ondergeschikt belang.  Het is duidelijk dat psychologische testen en vragenlijsten binnen marges kunnen voorspellen hoe mensen zullen presteren en functioneren. Maar het is belangrijk te beseffen dat het gaat om gedragsuitingen in testen en vragenlijsten. Zonder te weten of die wel gelinkt zijn aan één, twee of zelfs meerdere onderliggende psychologische mechanismen. Er volgt een eenduidige conclusie: Niet de studie van de onderliggende aard van een persoon – en het in hokjes plaatsen hiervan –  is primair, maar het gedrag moet centraal staan in een assessment center.  

Gedrag in het verleden en heden kan inzicht geven in toekomstig presteren en functioneren. Gedrag, onverwacht maar toch waar, is wat in kaart wordt gebracht met intelligentie en persoonlijkheidstesten. Tijdens rollenspel wordt Plato’s vuurtje nog eens goed opgestookt; zodat er nog meer rook te bestuderen valt voor de assessoren.  Het toedichten van psychologische eigenschappen hoeft hierbij niet centraal te staan.  Laten we ons vooral richten op het waarneembare.  Het kundig en betrouwbaar assessen van menselijk gedrag is al een forse uitdaging. Het is een vak. Afsluitend: De opdrachtgever wil niet persé de wetenschappelijke vaststelling dat iemand een wiskunde knobbel in zijn brein heeft, maar heeft er wel e.e.a. voor over dat betrouwbaar wordt vastgesteld dat een sollicitant wiskundige vraagstukken daadwerkelijk kan oplossen voor een organisatie.

Opdrachtgevers